Roeselare start in lente met eerste volkstuintjes

Wallemeers krijgt als eerste wijk volkstuinen op oud voetbalveld

Volkstuinieren is in Roeselare geen traditie. Daar zou binnenkort wel verandering in kunnen komen. De stad wil in eerste instantie 2.200 vierkante meter in Wallemeers ombouwen tot een groepstuin. Daarvoor wordt de hulp ingeschakeld van TuinHier. De eerste volkstuin van de stad moet ruimte bieden aan 25 gebruikers. Die zullen kunnen tuinieren in een gezamenlijke tuin met bloemen, fruit, bessen en serre, en krijgen ook een individueel perceel toegewezen.

‘Studies tonen aan dat hier een nood is aan volkstuintjes. Roeselare is een van de weinige steden waar er geen gedeelde tuinen zijn. Bovendien zitten het tuinieren en de ecologische beweging in de lift. Dat merk je bijvoorbeeld op televisie met programma’s en rubrieken over daktuinen, moestuinen of minituinen’, zegt schepen van Groen- en Natuurontwikkeling Filiep Bouckenooghe (Groen). ‘Er is natuurlijk ook het sociale aspect. Door het tuinieren worden contacten gelegd. Zo kunnen er bijvoorbeeld lessen tuinieren gegeven worden in het buurthuis.’

De eerste volkstuin komt in de wijk Wallemeers. Daar bevinden zich al een buurthuis, speelplein en tennisvelden, maar achteraan ligt een braak stuk grond. Dat was ooit een voetbalpleintje, maar wordt binnenkort een groentetuin. Er is plaats voor 25 tuiniers. Als de vraag groter is dan het aanbod, worden deelnemers geselecteerd op basis van de nabijheid van hun woning bij de volkstuin en van de buitenoppervlakte die ze thuis ter beschikking hebben. Maandag 8 september is er een eerste infoavond. Geïnteresseerden kunnen zich meteen melden. Vanaf 1 januari 2015 zullen de contracten ingaan en voorjaar volgend jaar kan er dan gewerkt worden in de tuin.

Als het concept aanslaat, volgen ook andere wijken. Mogelijke kanshebbers voor een eigen volkstuin is de nieuwe wijk in de Gitsestraat en de omgeving van de nieuwe stedelijke begraafplaats. ‘Ook het Miummm toont interesse om op hun gebouwen een daktuin te installeren’, zegt Bouckenooghe.

Een reactie plaatsen